MEDISCHE TOPPICS
WIE ZIJN WE?
WAT?
SPREEKUUR
HEUPDYSPLASIE
PENNHIP / HD
VACCINEREN
FOKKEN
VLO / WORM / TEEK
TANDEN en verzorging
OPERATIES hond / kat
ANESTHESIE
EUTHANASIE
NIEUWSFLASH
BERICHTEN
LINKS
ARTIKELS dierenarts
 
HOME! CONTACT  



Hier publiceren we af en toe een interessant artikel.
- maagtorstie
- mijn hond wordt oud
- mijn hond heeft suikerziekte
- prostaatklachten

Maagtorsie.


 Een vaak voorkomend probleem bij oudere honden is maagtorsie.
Dit is een draaiing van de maag over z'n lengteas met als gevolg een afsluiting
van de bloedvaten.We moeten een onderscheid maken tussen een torsie en een
dilatatie. Bij een dilatatie gaat de maag uitzetten door gasvorming, vocht en of
voedsel.Dit komt meer voor bij jonge dieren door overvoeding, en is niet zo
dramatisch.
Een maagtorsie daarentegen is zeer acuut, gevaarlijk en levensbedreigend indien niet snel en accuraat wordt opgetreden. De torsie is meestal in wijzerszin tot 270°, hierdoor ontstaat een belemmering van de bloedvaten, met miltzwelling en stase van het bloed in de buikorganen. Hierdoor ontstaat dan weer zuurstoftekort, verzuring, stollingsstoornissen e.a.
Veralgemeende effecten onstaan door vermindering van hartfunctie, bloeddruk,shock, ademhalingsproblemen en necrose van de maagwand, eventueel ruptuur.Dit alles kan zeer snel gaan(enkele uren).
De oorzaken zijn onbekend, maar maagtorsie treedt meestal op bij oudere honden, met diepe borstholte, Duitse Dog, Duitse Herder, Dobermann etc...
Opname van grote voedselhoeveelheden en drank, activiteiten na het eten geven een verhoogd risico.
De torsie ontstaat meestal acuut maar kan ook chronisch voorkomen.

Een voorgeschiedenis van slechte eetlust, acute braakneiging, speekselen, uitzetting van de buik, rusteloosheid, depressie of zwakte zijn indicatief.
De behandeling is eerst gericht tegen shock en tegen maaguitzetting. Chirurgie is steeds nodig!!!
Decompressie van de maag gebeurt met een sondage van de maag en het leegzuigen met een pomp en eventueel spoelen met lauw water; indien er geen passage meer mogelijk is, moet een punctie gebeuren om het gas te verwijderen.

Chirurgie is steeds nodig!!! Eventueel onmiddellijk of anders na stabilisatie van de patient.

Hierbij wordt de maag vastgehecht aan de ribbenwand om recidive te vermijden.
Postoperatief is een uitgebreide behandeling nog dagenlang nodig. Gevaar voor hartaritmie, stollingsproblemen, maagwandnecrose met perforatie, buikvliesontsteking  enz.. blijft bestaan.

Preventie: bv samen met een sterilisatie de maag laten fixeren, kleinere maaltijden, rust na het eten, minder water geven zijn enkele tips bij risicorassen, maar gevaarlijk blijft het steeds!

 Uit een voordracht van Dr. E. Schrauwen, gastprofessor aan de faculteit diergeneeskunde Gent

 

Mijn hond wordt oud …

 Elke diersoort heeft een verschillende gemiddelde levensduur. Binnen eenzelfde diersoort kan de gemiddelde levensduur zelfs variëren naargelang het ras. In het algemeen noemen wij een hond boven de 8 jaar senior. Bijna een op de drie honden in ons land behoort tot deze groep. Kleine rassen worden over het algemeen ouder dan grote rassen.

De ene hond kan op zijn zevende al minder energie hebben, terwijl een andere twaalfjarige hond zich nog kan gedragen als een actieve jonge hond. Er kunnen dus grote individuele verschillen zijn. Natuurlijk is een hond zo oud als hij zich voelt, maar met het ouder worden treden toch geleidelijk een aantal lichamelijke veranderingen op. 

 Het is normaal dat uw huisdier bij het ouder worden wat minder actief wordt. Hierdoor heeft uw hond ook wat minder calorieën nodig. U stapt best tijdig over naar een aangepaste seniorenvoeding, die niet enkel qua calorieën, maar ook qua voedingsstoffen volledig is aangepast aan het leven van een oudere hond. Zie hiervoor ook naar ons gamma diervoeding, i.e. eukanuba senior plus.

 Natuurlijk gaat het verouderen ook gepaard met een groter risico op allerlei aandoeningen. Af en toe een bezoek aan de dierenarts kan zeker bijdragen aan het behoud van de gezondheid van uw ouder wordende hond. Soms worden symptomen van een ernstige aandoening verkeerdelijk als “normaal voor een oudere hond” geïnterpreteerd door de eigenaar.

 Hoe help ik mijn oudere hond tijdens zijn seniorjaren?

 - Zorg voor een comfortabele en propere ligplaats. Tegenwoordig bestaan er zelfs “orthopedische bedden” voor de met arthrose geplaagde viervoeter.

- Zorg voor dagelijks vers water en een aangepaste seniorvoeding. Noteer veranderingen in de waterconsumptie en eetlust.

- Verwacht niet teveel van uw seniorhond : hij of zij zal wel achter een balletje willen rennen, maar doe dit met mate. Arthritis, leeftijdsgebonden spieratrofie (verminderde spieromvang) en andere leeftijdsgebonden veranderingen kunnen hun tol eisen. 

 
Wanneer moet ik mijn dierenarts raadplegen ?

 Als uw oudere hond één of meer van de volgende symptomen heeft, kunt u beter contact opnemen met uw dierenarts.

 - Toegenomen stijfheid of manken, moeilijker trappen klimmen, moeilijk opstaan. Dit kan bijvoorbeeld wijzen op artrose. Tegenwoordig bestaan er verscheidene medicaties om de pijn, die deze aandoening veroorzaakt, te verminderen.

- Slecht ruikende mondgeur, bloedend tandvlees.

Een goede mondhygiëne is niet enkel belangrijk voor de tanden en de mond, maar ook voor de algemene gezondheid! Bij elke kauwbeweging van een erg ontstoken mond kunnen kiemen in het bloed dringen en zo hart, lever en nieren bereiken. Bij het verouderen kan er tandplak, tandsteen en tandvleesontsteking ontstaan. Daarenboven kunnen gezwellen in de muil, algemene infecties en metabole ziekten (nierinsufficiëntie) een slechte mondgeur en veroorzaken.

- Overmatig hijgen tijdens/na een inspanning, regelmatig hoesten.

Dit kan wijzen op cardiovasculaire problemen. Veel oudere honden krijgen last van hartklepveranderingen en daardoor hartinsufficiëntie.

- Vermindering van de zintuiglijke functies (al dan niet plotse blindheid, gehoorverlies) / scheve kopstand.

Verschillende oorzaken zijn mogelijk, consulteer uw dierenarts. Bij een suikerzieke hond kan er zich bijvoorbeeld in een paar dagen tijd cataract ontwikkelen.

- Verandering in gewicht en/of eetlust.

Uw hond krijgt best een voeding aangepast aan zijn leeftijd en gezondheidstoestand. Naargelang deze toestand kan uw dierenarts u een speciaal aangepaste voeding aanraden (bijvoorbeeld : nierpatiënt, zwaarlijvigheid etc)

- Veranderingen in wateropname en plasgedrag.

Als uw hond veel meer gaat drinken dan voorheen, wijt dit dan niet aan “de leeftijd”. Dit is vaak een ernstig symptoom. De meest voorkomende oorzaken van een verhoogde wateropname zijn suikerziekte en nierinsufficiëntie.

Urinedruppelen en/of in huis plassen zijn ook probleemsignalen. Dit kan wijzen op infecties, een verminderde sfincter controle of andere onderliggende ziekten.

- Cognitieve veranderingen.

Honden kunnen, net zoals mensen, lijden aan leeftijdsgebonden dementie. Een aantal symptomen hiervan kunnen zijn : algemene verwarring (uw hond herkent u niet meer zo vlot), desoriëntatie, blaffen op ongepaste tijdstippen (bvb ’s nachts en zonder reden), de dag voor de nacht nemen en omgekeerd, in huis plassen, gedragsveranderingen. Er bestaat een behandeling die een deel van de honden doet verbeteren.

- Haarverlies en/of een slechte huid.

Dit kan natuurlijk aan elke leeftijd voorkomen, maar het mag zeker niet genegeerd worden. Honden kunnen hun huid enorm extra beschadigen door te likken, te bijten en te krabben, dus hoe sneller de hond onderzocht wordt, hoe beter. 

 Deze lijst is niet limitatief. De regel is dat als uw oudere hond “niet zichzelf” is, het tijd is om een checkup te laten doen bij uw dierenarts !


uit folders vdv-magazine

 

Mijn hond heeft suikerziekte

Wat is suikerziekte?
In de pancreas wordt insuline aangemaakt en afgegeven aan het bloed. Insuline zorgt ervoor dat er niet teveel aan suiker ( glucose ) in het bloed zit. Bij een teveel aan suikers , spreekt men van suikerziekte. De darm onttrekt koolhydraten aan het eten, die worden omgezet tot suikers. Deze suikers dienen om de lichaamscellen te voeden.


Wanneer? Rassen?
De gemiddelde leeftijd bij de hond is 4 tot 14 jaar, meestal stelt de dierenarts een diagnose van suikerziekte op de leeftijd van 7 tot 9 jaar. Zeer zelden komt het voor bij pups. Gevoelige rassen: Poedels, Cairn Terriers, Keeshonden en Miniatuur Pinschers


Symptomen van suikerziekte
Als er een teveel aan suikers is, zullen de nieren het teveel verwijderen via de urine, dit gaat gepaard met meer urineren en meer drinken. De hond verliest ook de brandstof voor de lichaamscellen, zal dus meer willen eten en toch gewicht verliezen, aangezien de suikers het lichaam via de nieren verlaten ipv verbrand te worden. Er worden meer vetten verbrand, aangezien het suikertekort en dus meer zuurvorming in het lichaam. De dieren worden minder actief, en kunnen  erg ziek worden. Ook lensvertroebeling, ofte lenscataract wordt frquent gezien.
Dus :
meer urineren, meer drinken, meer eten, vermageren, minder actief, blind worden


De behandeling
Bij het waarnemen van 1 of meerdere van deze symptomen raden wij je aan zo snel mogelijk je dierenarts te raadplegen.
Door het nemen van een bloedstaal en eventueel een urinestaal kunnen we vrij snel tot een diagnose komen. De behandeling daarentegen is hoogstwaarschijnlijk levenslang, intensief, en vergt veel discipline en stiptheid.
De behandeling zelf bestaat uit verschillende aspecten:
- insuline : nadat wij hebben voorgedaan hoe u de insuline moet injecteren, kan u na wat oefening, uw hond zelf injecties geven thuis. de hoeveelheid insuline is sterk afhankelijk van dier tot dier en moet dus door regelmatige onderzoeken bepaalt worden, en daarna ook regelmatig gecontroleerd worden. In de beginfase betekent dit een wekelijks onderzoek door de veearts, daarna wordt er geleidelijk aan een grotere tijdspanne tussen 2 controles toegepast.
-sterilisatie : progesteron, afkomstig van de eierstokken kan resistentie tegenover insuline veroorzaken; daarom is steriliseren aangewezen, om een stabieler verloop van de ziekte te kunnen krijgen. Regelmatig zien wij teefjes vlak na de loopsheid, die suikerziekte hebben gekregen owv het progesteron; daarom is zo snel mogelijk steriliseren de boodschap, soms is het probleem daar dan definitief mee opgelost. 
- Voeding : de hond moet aangepaste voeding krijgen, aangepast aan de hoeveelheid insuline en beweging. De hond mag enkel eten op vaste tijdstippen, afhankelijk van wanneer hij de insuline krijgt.


Bij een teveel aan insuline, door overdosering of door niet eten, kan een hypoglycemie optreden, dit is levensbedreigend. Symptomen van een hypo: honger, rusteloos, trillen, vreemde bewegingen, evenwichtsproblemen, bewusteloosheid,... U moet zo snel mogelijk de hond laten eten, of  wat honing op de tong smeren of suikerklontje geven, daarna zo snel mogelijk de dierenarts raadplegen.





  PROSTAATKLACHTEN

Deze komen enkel voor bij de mannelijke dieren, de prostaat zelf is een klier die om de urinebuis zit, achter de blaas. Er zijn verschillende problemen die kunnen voortkomen uit de prostaat. De meeste afwijkingen van de prostaat kenmerken zich door een abnormale uitvloeiing van de penis. De hond verliest wat bloed via de penis, verwar dit niet met het druppeltje etter dat de meeste reuen wel aan hun penis hebben hangen. De te grote prostaat , die rond de urinebuis zit, klemt de urinebuis af waardoor moeilijk urineren wordt waargenomen en de prostaat kan ook zo groot worden dat het de endeldarm tot tegen de wervelkolom drukt, waardoor het dier een moeilijke stoelgang vertoont.

Meestal is er een vergroting van de prostaat, vaak in combinatie met een ontsteking. Hiervoor zal de dierenarts de patient behandelen met een hormonenkuur, die de mannelijkheid tijdelijk gaat onderdrukken ( tot 6 maanden, maar gemiddeld 1 tot 2 maanden ) . Feitelijk komt deze kuur neer op een tijdelijke castratie, maar dan chemisch! De ermee gepaard gaande ontsteking wordt behandeld met een antibioticakuur. Meestal is een eenmalige toediening van de dubbele kuur voldoende, doch regelmatig zijn er patienten die hervallen, deze moeten doorgaans regelmatig herbehandeld worden.

Het succes van de behandeling kan de eigenaar makkelijk zelf evalueren, eenvoudig weg door het ontlasten en het plassen van de reu in het oog te houden!!!!

Als de behandeling met de hormoonprik  van de dierenarts succes heeft gehad, is het verstandig om de reu te laten castreren. Dan heeft de reu tot 80% kans dat de klachten niet weerkeren. Let wel, meestal betreft het oude honden en is een voorafgaand bloedonderzoek noodzakelijk om zeker te zijn dat al de rest nog goed functioneert.

Soms komt er een prostaatontsteking voor, deze kenmerkt zich doordat de reu wat bloed met etter verliest, en vooral veel pijn in de onderbuik en koorts heeft. Een voldoende lange antibioticakuur hiervoor is normaliter voldoende ter behandeling. Soms komen er ook prostaatcysten voor. Cysten zijn holtes, klein of groot, gevuld met vocht. Op zich weinig van belang, maar indien het grote cysten betreft gaan deze de ontalsting en het urineren weer bemoeilijken. Doorgaans worden deze gesondeerd, zelden operatief verwijderd.

De meeste prostaatproblemen worden afgeremd door de reu te castreren. Hieruit blijkt ook het belang van de reu preventief te laten castreren: gecastreerde reuen vertonen veel minder prostaatproblemen.

 


 



laatste update 24/10/2005


 

 

 
 

 



Powered by CenterALL & Hosted by SarrCom.com